Uneto-vni

SEI-large

 

 

Bij het stoken van hout of kolen gaan onverbrande resten de schoorsteen in. Een deel daarvan zet zich af in het schoorsteenkanaal als een teerachtige laag, “creosoot” genaamd. 

Deze stof is erg brandbaar en versmalt het rookkanaal van de schoorsteen. 

De mate van aanslag wordt o.a. bepaalt door het stookgedrag.( te nat hout, smoren van de lucht).

Als de brandstof te weinig zuurstof krijgt, ontstaat een onvolledige verbranding, waarbij extra afvalstoffen vrijkomen zoals koolmonoxide en roet. Dit gebeurd ook bij nat-of geverfd hout, of bij het stoken bij onvoldoende trek (vlam heeft te lage temperatuur) bij mist of windstil weer.

Bij een veegbeurt worden bovendien tevens vogelnesten, bladeren en andere zaken die ongemerkt in de schoorsteen zijn beland, verwijderd.